Nieuwbouw woontorens Grotius

Den Haag

Torenkranen met torenkraan bouwen


Kranige puzzelklus

Torenkranen bouw je op met mobiele kranen. Mobiele kranen bieden de nodige flexibiliteit qua plaatsing. Dit geldt alleen niet overal. In hartje Den Haag realiseert de bouwcombinatie J.P. van Eesteren en BESIX NL het project Grotius (een ontwikkeling van Provast), hierbij wordt een tweede torenkraan opgebouwd met de torenkraan die er al een tijdje staat.

Twee torens, drie torenkranen

Project Grotius, twee woontorens van 120 en 100 meter hoog met 655 huurappartementen, horeca, kantoren en een parkeergarage, gaat de aanblik van de stad Den Haag ingrijpend veranderen. Raymond Wuister, op het project hoofduitvoerder namens de bouwcombinatie, legt uit: “De ruimte op dit project is zo beperkt dat werken met een mobiele kraan enorm veel tijd zou kosten. De bouwplaats is relatief klein en ligt op steenworp afstand van de Koninklijke Bibliotheek, diverse kantoren en naast een trambaan. En in een verkeersdruk gebied. Momenteel zijn we bezig de bouwkuip uit te graven. Dat werk zou weken stilgelegd moeten worden om een parcours over het stempelraam aan te leggen waar de mobiele kraan overheen zou kunnen rijden. Daarom is ervoor gekozen om met behulp van de eerste torenkraan de tweede en straks ook de derde torenkraan te bouwen. Daarvoor moesten we wel relatief vroeg in het project al de eerste torenkraan plaatsen.”

Onconventioneel

“In alle plannen is deze wat onconventionele aanpak meegenomen”, vertelt Ron van Kooten, hoofd afdeling Bouwplaatslogistiek bij MDB, materieelpartner voor de TBI-ondernemingen, waaronder J.P. van Eesteren, maar ook derden. “De eerste kraan is sowieso natuurlijk in eerste instantie hoger dan de tweede. Daarnaast hebben we er ook qua capaciteit en lengte rekening mee gehouden dat deze kraan ook voor de bouw van de tweede kraan ingezet wordt. Met nummer 1 hijsen we de tweede kraan in delen naar boven. Waarbij de delen wel wat kleiner zijn dan normaal. De giekdelen gaan als aparte delen naar boven en worden gemonteerd ‘in de lucht’. Normaal gesproken gebeurt dat op de grond.”

Opbouwen om af te bouwen

“Er is gekozen voor spitsloze ECB-kranen”, vervolgt van Kooten. “Daarmee kunnen de kranen wat minder in hoogte afwijken van elkaar zonder elkaar te raken. Verderop in het project, moeten we weer aan de slag met de kranen. En we gebruiken kraan drie ook om de giek van de eerste kraan in te korten zodat deze langs nummer twee kan zwenken.”

“Het mooie is: alle kranen moeten ook nog naar hun uiteindelijke hoogte”, sluit Wuister af. “Ze moeten allemaal dus nog worden uitgeklommen. Dit gebeurt in drie fasen door iedere torenkraan zelf. Deze drukt zichzelf door middel van een klimkooi met hydraulische cilinder omhoog, waarna hij zelfstandig een nieuw segment er tussen plaatst tot hij op de juiste hoogte is, uiteraard met de nodige tussentijdse verankeringen. Als één kraan uitgeklommen wordt, volgen de anderen kort erna om te voorkomen dat ze elkaar raken. De kranen komen op respectievelijke hoogtes van 154, 142 en 136 meter, al met al een mooie puzzel.”